Het ontstaan van het terpenlandschap
Het landschap langs de Friese kust heeft een bijzonder kenmerk:
de terp. Terpen kan men omschrijven als door mensenhanden opgeworpen
heuvels, die bescherming moesten bieden tegen het opkomende zeewater. Ze
werden regelmatig opgehoogd met klei, mest en huishoudelijk afval. De
meeste terpen hebben hierdoor een hoogte bereikt van 2-7 m boven NAP. De
terp van Hegebeintum spant de kroon met bijna 9 m boven de zeespiegel .
Omstreeks het jaar 1000 is het aanleggen van de
zeedijken begonnen en verloren de terpen geleidelijk hun betekenis als
vluchtplaats voor het wassende water. Terpen zijn in hun volle omvang
blijven liggen tot het midden van de 19de eeuw. Toen zijn de
terpen grotendeels afgegraven. Terpaarde bleek zeer vruchtbaar en werd zo
de kunstmest van de 19de eeuw, geschikt om de armere
landbouwgronden te bemesten. Hele terpen verdwenen op deze manier tenzij er
een kerk bovenop stond. Zo bleef van de terp van Hegebeintum nog een steil
en markant gedeelte over.

